ARCHIEF

Oktober 2010…

Dirigenten van Limburgse fanfares en harmonieën in boekwerk verzameld

Vijftien jaar had hij nodig om zijn naslagwerk te voltooien. Harry Strijkers uit Sittard bracht duizenden uren door in bibliotheken, conservatoria en stadsarchieven, hij raadpleegde nog eens duizenden boekwerken, krantenartikelen en gedenkboeken. De vorige week lag het eindproduct dat hij als zijn levenswerk beschouwt dan toch eindelijk in de boekwinkels: Dirigenten in Limburg, een uniek biografisch woordenboek van Limburgse harmonie- en fanfaredirigenten.

In het 416 pagina’s tellende, gebonden boekwerk staan duizenden dirigenten vermeld die ooit voor een Limburgse harmonie of fanfare hebben gestaan. 1832, het was de tijd dat de eerste harmonieën en fanfares werden opgericht. “Een rechtstreeks gevolg van het tijdperk van Napoleon”, licht Strijkers toe. “Hij gebruikte trompetters om de soldaten op te zwepen. Trompetgeschal was ook een middel om de soldaten moreel op te peppen. Dat is bij de gewone burgers blijven hangen. Ze richtten harmonieën en fanfares op. Aanvankelijk bestond zo’n gezelschap uit tien of twaalf muzikanten, maar in de loop der tijd is dat aantal groter geworden omdat er meer instrumenten werden gebruikt om de klankkleur beter op elkaar af te kunnen stemmen.” Strijkers is vanaf 1976 actief betrokken bij vele publicaties over de geschiedenis van de Westelijke Mijnstreek en de Maaskant. Hij schreef tientallen boeken en talloze artikelen over streek- en cultuurhistorische en genealogische onderwerpen. Hij was en is actief in vele maatschappelijke, historische en heemkundige verenigingen. Het idee om het boek te schrijven werd Strijkers ingegeven door wijlen voorzitter Jos Daniels van de stichting Charles Beltjens die het boek ook uitgeeft. De stichting is een niet commerciële organisatie die inmiddels al 85 boeken heeft uitgegeven. “In eerste instantie reageerde ik met de vraag of hij wel goed bij zijn hoofd was”, vertelt Strijkers. “Toch bleef het idee me fascineren en uiteindelijk ben ik toch met de klus begonnen. Ik kom uit een muzikaal nest, hoewel ik zelf geen noot kan lezen. Mijn vader was een uitstekend dirigent, ik ben geïnteresseerd in geschiedenis en muziek. Ik heb de laatste twintig jaar van mijn werkzame leven als bedrijfsarchivaris bij DSM gewerkt, dus ik wist hoe ik de zaken aan moest pakken.” Strijkers doorkruiste de hele provincie, op zoek naar namen van dirigenten. De mensen die hij graag vergelijkt met voetbaltrainers. Want, net als in de voetballerij, is het met de carrière van een dirigent die het niet goed met zijn manschappen kan vinden snel gedaan.

Jocus walzer
Strijkers: “En het stoorde me dat bij concoursen meestal de harmonie of fanfare alle eer krijgen en de dirigent niet of nauwelijks wordt genoemd.” Het spreekt voor zich dat er ook een groot aantal dirigenten die in Venlo werkzaam is geweest in het boek vermeld staat. Zo kunnen we lezen dat de in Trier geboren Gerhard Johann Karl Hamm zich in 1860 in Venlo vestigde en als dirigent werd aangesteld van het Philharmonisch Gezelschap. Hamm was in zijn periode de allesbepalende factor van muzikaal Venlo en had zodoende een grote invloed op het Venlose muziekleven. Hij schreef walsen, speciaal voor de carnavalsviering in Venlo. Zo wordt op de tonen van Hamms Jocus Walzer nog altijd de Venlose prins ingehaald. Over Joannes Everardus (Jean) Messemaeckers, geboren Venlo 17 juli 1784 en overleden Venlo 19 december 1863, komen we te weten dat hij in 1832 zijn vader opvolgde als organist van de St.-Martinuskerk in Venlo en eerste dirigent werd van de op 1 juli 1822 aldaar opgerichte Turksche Harmonie, later Harmoniegezelschap en vanaf 1831 Philharmonisch Gezelschap. ‘Hij is overleden in zijn woning gelegen in de Vleeschstraat te Venlo als echtgenoot van Anna Catharina Agnes Geenen, in de leeftijd van 79 jaren, vijf maanden en twee dagen. Hij werd toen winkelier en muzuykmeester genoemd.’ Voor inlichtingen: Harry Strijkers (046) 433 29 30. (loupatty.nl)

 

September 2010…

Na 36 jaar lopen er weer Flarussen in verenigingsverband rond in Blerick

Niet dat er de afgelopen 36 jaar geen flarussen in Blerick hebben rondgelopen, integendeel, maar het waren geen flarussen in verenigingsverband. Daar is in april van dit jaar verandering in gekomen. Toen werd de Sociëteit De Flarussen heropgericht. In december zullen zij van zich laten horen.

In 1916, 3 maart om precies te zijn, werd de Sociëteit De Flarussen officieel opgericht in café Symons in Blerick. De oprichters stelden zich ten doel ‘het gezellig leven te bevorderen door het geven van concerten, bals en wedstrijden’. Met veel succes werden er in de jaren die volgden revues en operettes opgevoerd in zaal Apollo, later zaal Juliana en uiteindelijk in Tivoli. In de jaren zeventig werd de animo, mede door opkomst van de televisie, een stuk minder. Vergrijzing en tenslotte de teloorgang was het gevolg. Eind 1974 kwam er een einde aan het bestaan van de Sociëteit. Directe aanleiding voor de heroprichting van de Sociëteit was de vijfde editie van de Blerickse Revue die in 2008 werd opgevoerd tijdens de officiële opening van ’t Raodhoes in Blerick. Initiatiefnemer was Joep Dückers, voorzitter van de stichting Rundje Bliërick, de stichting die de organisatie van de revue voor haar rekening neemt. “En het was natuurlijk logisch dat we zouden putten uit de ervaren decorbouwers, liedjes- en tekstschrijvers en spelers die ook aan de Blerickse Revue hebben deelgenomen”, vertelt Marcel Kikken, pr-man van De Flarussen. Regisseuse Paula Nelissen, tekstschrijver Hay Ruijs, componisten als Peter Jansen en Wim Janssen en een groot aantal spelers werden benaderd en intussen bestaat de Sociëteit uit een dertigtal leden die inmiddels druk aan het repeteren is om in december Het Plein op de planken van ‘t Raodhoes te kunnen brengen. Het Plein is een aaneenschakeling van liedjes en sketches die zich afspelen op het Antoniusplein. Het plein, ’t Raodhoes, het onlangs heropende café De Paerdskoel en de traditionele markt op vrijdag zijn op het podium terug te zien.

Avondvullend
Het Plein zal gaan over het dagelijkse leven in Blerick, over bekende en minder bekende Blerickse persoonlijkheden. Een achtkoppig orkest zal de spelers daarbij begeleiden. Sociëteit De Flarussen is geen toneelgezelschap dat elk jaar een toneelstuk opvoert. Het gezelschap maakt kleinschalig theater in de vorm van liedjes, cabaret en sketches in het Blerickse dialect. Elk jaar dus een avondvullende voorstelling, behalve in een jaar dat de Blerickse Revue wordt opgevoerd. Aanvankelijk was het de bedoeling dat De Flarussen bij de stichting die ook de revue organiseert zou worden ondergebracht. Daar zag men uiteindelijk toch vanaf. Kikken: “Een stichting heeft geen leden. Voor een nieuwe revue kan iedereen auditie doen. De Sociëteit is echter een vereniging met vaste leden. Zij zullen in december dan ook op de planken staan.” In december staan ook vier heel bekende Blerickenaren op het podium. Kikken wil nog niet zeggen wie dat zijn. “Dat moet een verrassing blijven”, stelt Kikken. (loupatty.nl)

 

Mei 2009…

Onze Beestenboel na twee jaar officieel open voor publiek

Bloed, zweet en tranen heeft het gekost. Twee jaar staken Ans en Peter Nelissen elke vrije minuut in de realisatie van een kleinschalig dierenpark op het Auxiliatrixterrein van De Zorggroep in Venlo. Vrijdag is het dan eindelijk zover. Dan vindt de officiële opening van het parkje, dat de naam Onze Beestenboel meekreeg, plaats.

Het liefste had Ans met schaap Karino voor de fotograaf geposeerd. Het dier is immers vrijwilliger van het eerste uur. Het kost alleen veel moeite om Karino uit de wei te halen. Twee bokjes nemen haar plaats in. Hond Trijntje, een Franse bulldog, heeft er kennelijk veel plezier in. Ze likt de bokjes schoon en de diertjes laten het zich welgevallen. Trijntje heeft sowieso al een geweldig leven in dit knusse, midden in het groen gelegen dierenparkje. Maar het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad voordat het zover was. Langzaam maar zeker wordt ook de rol van het schaap duidelijk. “Toen we hier begonnen was het een groot oerwoud”, vertelt Peter. “We hebben struiken en boompjes met onze handen, met schoppen en schoffels moeten verwijderen om een groot deel van het terrein vrij te maken. Karino hielp ons daarbij door de uitgetrokken bramenstruiken kaal te vreten.” Peter en Ans bezochten in het verleden het verzorgingstehuis op het Auxiliatrixterrein vaak omdat de vader van Peter er de laatste maanden van zijn leven doorbracht. Beiden hadden ook een bijzonder nare ervaring achter de rug. Het echtpaar runde vijf jaar café Ald Bliërick en Peter raakte buiten zijn schuld betrokken bij een vechtpartij. Hij raakte ernstig gewond en hield er serieus en blijvend oogletsel aan over. Ze besloten het café te verkopen. Peter kreeg een baantje als conciërge bij het Valuascollege en Ans startte een opleiding in de zorg. Ans: “Toen we zo vaak in het verzorgingstehuis kwamen en zagen dat een groot deel van dat prachtige park zo doods was, vroegen we ons af of er een mogelijkheid bestond er iets mee te doen. Er lag een grote opslagruimte verscholen in het groen, er waren diverse andere facilteiten die we voor ons doel konden gebruiken. We kwamen al snel bij een dierenpark uit. De Mytylschool ligt ernaast en op enige afstand ligt ook de Witte Steen, een verpleeg- en reactiveringscentrum voor mensen met een lichamelijke of meervoudig complexe handicap. Zo hadden we eigenlijk al een doelgroep. We zijn gaan praten met iemand van De Zorggroep en hij was direct dolenthousiast.” Peter en Ans staken hun vakantiegeld en een belastingvoordeeltje in het project en gingen aan de slag. De opslagruimte moest worden opgeknapt, een rimboe verwijderd, paadjes aangelegd en er moesten voorbereidingen worden getroffen voor de aanleg van een kabouterbos en speeltuintje voor de kinderen. “Veel mensen die het verzorgingstehuis bezoeken, nemen hun kinderen mee”, vertelt Peter. “Die kunnen hier terecht. We zijn ook bezig met het realiseren van een clownsdorp waar voorstellingen op het programma staan. De drama- en muziekgroep van de Witte Steen willen er al voorstellingen geven.” Wie zich naar een omheining van de grote knuffelweide begeeft, zal het niet ontgaan dat de aanwezige dieren onmiddellijk aan komen stormen. Minivarkens, pony’s, geiten, bokken of schapen laten zich doodgewoon aaien. Ze hebben geen angst voor de bezoekers. Niet zo vreemd, want de dieren worden als het ware met de fles groot gebracht door Ans en Peter.

Knuffel
Inmiddels heeft Ans haar studie opgegeven en werkt ze, net als Peter, bij het Valuascollege in Venlo. Hij als conciërge, zij werkt in de kantine. Hij vanaf een uur of vier ’s middags, zij werkt tot twee uur ’s middags. De twee ‘ontlopen’ elkaar op die manier dus een beetje. Beiden brengen hun vrije uren zoveel mogelijk in het park door, want er moet nog veel worden gedaan. Toch spijbelen de echtelieden wel eens. Ze laten de boel even de boel en gaan verder met het schilderen en inrichten van de vier pipowagens die op het terrein staan. “En soms ga ik wel eens in de knuffelwei liggen om van de zon te genieten”, zegt Ans. “Ook dan heb je geen rust want de dieren komen direct op je af en beginnen in je gezicht te likken of willen een knuffel.” Twee jaar hard werken zitten erop. Toch biedt dat geen enkele zekerheid voor de toekomst want voor inkomsten zijn Peter en Ans geheel afhankelijk van vrijwillige bijdrages. Bezoekers krijgen gratis koffie, de toegang is gratis, dieren moeten worden gevoerd, de loods onderhouden. Peter heeft zojuist graszoden aangelegd en een vrachtwagen die zand komt lossen rijdt er doodleuk overheen. Peter reageert nuchter en stampt de groene sprieten weer aan. “Het hoort erbij”, zegt hij alsof er niets aan de hand is. “We zouden graag een structurele subsidie krijgen”, legt Ans uit. “We hebben al veel steun gekregen om onze plannen te realiseren en we gaan de zomer tegemoet. We zullen het redden omdat er dan veel bezoekers komen, maar straks als de winter haar intrede doet, wordt dat allemaal minder. Minder bezoekers betekent ook minder vrijwillige bijdrages, terwijl de kosten hetzelfde blijven.” Peter blijft er wederom rustig onder. “Het is ons levenswerk geworden”, stelt hij. “Na die vechtpartij ben ik anders over het leven gaan denken. Net als Ans trouwens. We hebben de glitter en glamour achter ons gelaten en we willen ons dolgraag voor het goede doel inzetten. Desnoods moeten we het uit eigen zak betalen.” “En je krijgt er waanzinnig veel voor terug”, vult Ans aan. “Alleen de dankbaarheid van de bewoners hier al. Ik zal nooit vergeten dat ik twee jaar geleden met handschoenen struiken aan het verwijderen was. Er kwam een hele lieve mijnheer voorbij die me zei dat het ook anders kon. De volgende dag kwam hij een handzeis brengen. Dat zijn van die prachtige ervaringen die je doen beseffen dat we met z’n tweeën op de goede weg zijn.” Meer info op www.onzebeestenboelvenlo.nl. (loupatty.nl)

 

Espresso, sigaren en wijnen proeven in Blerick

 

sigaren, wijn en espresso
 
Een espresso-, een wijn- én een sigarenproeverij. Wie verzint het. Marco Sanders van Cigars en Wines in Blerick dus. Drie vliegen in een klap. De proeverij was nog gratis ook. Dus toog het ik op een mooie zomeravond voor u naar de Kloosterstraat in Blerick.

De tijden dat we gedachteloos een pak gemalen koffie van Van Nelle of Douwe Egberts in onze winkelwagentjes kieperden, liggen ver achter ons. Niet dat er iets met deze koffie mis zou zijn, integendeel zelfs, maar de keuze is tegenwoordig een stuk groter. Half Nederland zit ’s ochtends al aan de Senseo en ook espresso is nadrukkelijk in opmars. Wil je een fatsoenlijk bakkie espresso kunnen drinken, dan komt er toch echt een espressomachine aan te pas. Geen gemakkelijke opgave, want er bestaan automaten en machines waarbij je alles handmatig moet doen. “Een ding staat als een paal boven water”, legt Marco uit. “Uit de machine komt de allerbeste espresso. Eigenlijk bestaat de machine uit twee delen. Het apparaat zelf en een maler. Die maler is cruciaal omdat je zo je bonen fijner of grover kunt malen.” Marco voegt de daad bij het woord en maalt wat koffie in een piston. Hij stampt het iets aan en de piston gaat vervolgens onder de machine. Het is een Caffé Diemme. Na 25 seconden stopt het apparaat en krijg ik een half bakkie espresso voorgeschoteld. De bonen gaan ook in de automaat en de twee espresso’s ruiken en smaken totaal anders. De handmatig gezette espresso is een stuk geuriger en de smaak veel intenser.

Kakkers
Probleem is dat ik zelf een automaat heb staan. Die gaat dus de deur uit. Kost weer een hoop geld. “Dat valt wel mee”, zegt Hugo die de proeverij ook bezoekt. “In Hilversum heb je een zaak die ook tweedehands apparaten verkoopt. Die Gooische kakkers willen altijd de duurste apparaten hebben en dan blijkt achteraf dat ze toch te veel moeite moeten doen om een mooie espresso te zetten. Dus verkopen het ding weer voor een prikkie.” De keuze voor het apparaat is dus gemaakt. Dan de bonen, ook al een vak apart. Arabica of robusta? En wat is het verschil? “Het is net als met wijn”, legt Marco uit. “Smaak is heel erg persoonlijk. Robusta koffiebonen zijn over het algemeen wat milder en de boon zorgt voor een mooie crèmelaag en de arabica is iets zuurder van smaak. De keuze van het merk is ook al erg persoonlijk. Er zijn bonen die machinaal gebrand zijn en bonen die door kleine Italiaanse familiebedrijfjes worden gebrand. Dat gaat allemaal nog handmatig. Niet zo vreemd dus dat die bonen beter zijn. Je ruikt en proeft, afhankelijk van het merk, prachtige tonen van chocolade, vanille, kruiden en soms zelfs fruit.” Terwijl ik nog na sta te genieten van de espresso’s, zie ik de fotograaf een sigaartje paffen.

Druivensoort
“Lekker”, zegt Jeu, “ik rook normaal nooit sigaren, maar dit is toch wel een mooie sigaar.” Uiteraard kan ik me niet beheersen en neem er ook een. Het blijkt om een Van der Donk te gaan, een Matta Fina. De smaak schijnt helder en vloeiend te zijn met notige tonen en een goed herkenbaar pepertje. Ik proef het niet, maar ik ben dan ook maar een beginner. Op naar de wijnen. Er staan er een stuk of vijftien, opvallend genoeg vrijwel allemaal afkomstig uit Chili. Prachtig spul met een breed palet aan geuren en smaken. Eigenlijk is dat voor de gemiddelde wijndrinker ook het probleem. Supermarkten, slijterijen en ook een speciaalzaak als Cigars and Wines hebben steeds meer vreemde wijnen in huis. Uit Chili, Argentinië, Australië of Zuid-Afrika, de consument ziet door de bomen het bos nog nauwelijks, geeft ook Marco toe. “Let eens op de druivensoort”, geeft hij aan. “Wanneer een merlot, syrah of cabernet sauvignon bevalt, neem die de volgende keer dan ook. Niet dat de wijnen hetzelfde zullen zijn, maar het is wel een indicatie. Een voordeel van, bijvoorbeeld, een Chileense wijn is wel dat de kwaliteit van jaargangen erg constant is omdat het weer er ook constant is.” (loupatty.nl)