GENIETEN VAN VVV – DORDRECHT

 

Dordrecht 90, wat een haveloos stelletje stumperds. In het verleden heette de club al FC Dordrecht, DFC of DS 79. Het enige wat men in Dordrecht kennelijk zeker weet is dat de thuiswedstrijden in Dordrecht afgewerkt dienen te worden. De naam van de club doet er verder niet toe, geen traditie, geen achtergrond, geen ruggengraat derhalve. Armzalig hoor, en dat moet vandaag de plaatselijke trots VVV uit ‘t stedje van lol en plezeer verontrusten. Nota bene een club, rijk aan tradities, een club die al sinds 1903 gewoon VVV heet. Welk een hoogmoed, welk een deerniswekkende Dordtse optimist die veronderstelt dat de helden van de stad van Van Graafeiland uiteindelijk aan het kortste eind zullen trekken.

Uit een verslag van de Tilburgsche Courant van 26 mei 1927 over de wedstrijd VVV-LONGA, u merkt het al, ik lees de krant onmiddellijk nadat het ding in de brievenbus is geploft, maak ik op dat VVV tijdens een meer dan heroïsche strijd ten onder is gegaan tegen de Tilburgse club. Toen al beukten de Venlonaren erop los, toen al waren de spelers bereid om tot het uiterste te gaan, toen al bezochten duizenden liefhebbers de toenmalige Kraal om hun club door dik en dun te steunen. Ook ik heb, nadat de navelstreng eenmaal doorgeknipt was, me volledig geconcentreerd op het wel en wee van VVV. Ik ben altijd een regelmatig bezoeker van stadion de Koel geweest. Elke decennium pleeg ik me de moeite te getroosten in een riante bolide de Kaldenkerkerberg op te tuffen om de verrichtingen van mijn helden gade te slaan. Hoe ze heten, waar ze om welke reden dan ook spelen, het is me een raadsel maar dat doet er nihil komma nul toe. Allen zijn zij gehuld in het heldhaftige geelzwart. Ik loop verwachtingsvol het stadion binnen en meen geconfronteerd te worden met een kolkende. hysterische massa, een uitzinnige menig¬te, een deinende geelzwarte zee van vlaggen. Geestdriftige toeschouwers die zingend het Ave, Ave, VVV, het stadion op zijn grondvesten doen schudden. Niets blijkt echter minder waar, her en der ontwaar ik een verdwaalde toeschouwer die ook nog uit Dordrecht afkomstig blijkt. Vier enorme lantaarnpalen die het terrein omzomen veroorzaken een geweldige hoeveelheid licht, ongetwijfeld zal de plaatselijke stroomleverancier zich kwijlend van genot in de handen wrijven. Toch is het wel handig wanneer het straks donker wordt, realiseer ik me. De spelers zijn inmiddels het veld op komen draven en zwaaien vrolijk naar de bijna lege tribunes. Verbaasd staar ik naar de scheids- en lijnrechters, zij gaan gekleed alsof ze zo dadelijk aan moeten zitten tijdens een gala diner in het Amstelhotel. Een geinig welhaast ondeugend zwart zijden kort broekje wordt geflankeerd door een bijpassende creatie met streepjesmotief. Helaas ontbreekt het zijden sjaaltje.

Modekoning
Intussen vordert de slaapverwekkende vertoning gestaag, de wedstrijd wordt van commentaar voorzien door toeschouwers die de wijsheid in pacht schijnen te hebben. Maurice Koenen die zojuist stevig blundert wordt voor zwijn, stompzinnig varken en ander scharrelvlees uitgemaakt. Even later wanneer hij zijn fout hersteld heeft, blijkt hij plotseling het nieuwe aanstormende talent te zijn. Ook de grensrechter beantwoordt niet helemaal aan het verwachtingspatroon van de aanwezige Venlonaren: “hé rotten druimer”, hoor ik in onvervalst Venloos een toeschouwer de linesman toebijten, “kale eikel,ik hou dich op dien pens”, voegt hij er discreet aan toe. VVV heeft door een doelpunt van Sibon de leiding genomen maar nog voor de thee weet een of andere misselijkmakende Dordtse onverlaat de score gelijk te trekken. De spelers zijn node toe aan rust en de modekoning die de fluit hanteert is niet te beroerd om aan de wensen van de spelers tegemoet te komen. Tijdens de rust worden de toeschouwers vermaakt met muziek van Duitse origine die weerklinkt uit schelle speakers waardoor elke discussie omtrent de wedstrijd al bij voorbaat volslagen onmogelijk wordt gemaakt De tweede helft is zo mogelijk nog saaier dan het eerste part en ik informeer voorzichtig bij een der toeschouwers hoelang een wedstrijd normaliter duurt. “Twee maal 45 minuten”, antwoordt hij belangeloos. Mijn favoriet, Winston Bakboord, kan bij het publiek ook al geen goed meer doen maar ik troost me met de gedachte dat zij nu eenmaal geen enkel benul van deze sport hebben. Beide ploegen weten in de tweede helft niet meet te scoren. In de slotfase vinden er nog enige fysieke schermutselingen plaats die een Dordtenaar een rode kaart oplevert waardoor de toeschouwers wakker schrikken. Maar uiteindelijk blijft het 1-1. Over 70 jaar, wanneer ik het verslag over deze wedstrijd in het plaatselijk dagblad lees, breng ik wederom een bezoek aan Kraal of Koel. (loupatty.nl)